Waar blijft de tijd

Ik heb de rare gewoonte veel uitslagen te bewaren. Laatst had ik ook weer een ingeving om oude uitslagen te bekijken. Voor mij lag de uitslag jonge duiven vanuit Orleans uit 1993. Volgens mij een van de zwaarste die ik in mijn duivenhouderstijdperk mee heb gemaakt. Om 8 uur gingen ze los met een harde Noord-Oostenwind. In het voorwoord schreef men dat het zogenaamd echt “duivenweer” was maar dat de Noordelijke duiven hier anders over dachten. Slechts een klein deel van de bijna 9000 duiven wist op de dag van lossing het hok te bereiken. Het was in de tijd dat mijn jongen meest prima wisten te presteren. Van mijn 9 gezette duiven wisten 3 stuks op de dag van lossing thuis te komen. Een puike prestatie. De eerste zelfs binnen de eerste 100. Hier was ik heel tevreden over. Qua verloop is nu, 30 jaren later, niet veel veranderd. De meeste gezamenlijke lossingen pakken voor Noord Nederland ongunstig uit. Van hogerhand probeert men liefhebbers in onze regio te stimuleren vooral mee te doen aan zo’n kansloze missie. Dit lijkt zo langzamerhand toch een doodlopende weg aan het worden.  Geen enkele amateur die graag bokst tegen een professional. Dan weet je op voorhand dat je klappen krijgt als water. Wat nog meer opvalt zijn de namen op de uitslag. Wat een hoeveelheid liefhebbers die niet meer onder ons zijn of de sport op een andere wijze hebben beëindigd. En zie dit maar weer eens te repareren. 

Midfond.

Meer kans van slagen hebben ze zogenaamde midfond Grandprix vluchten. Omdat dit meest regionale vluchten zijn is de deelname vele malen groter dan vluchten van de lange adem. Lees, meer kans van slagen. Maar ook hier zal op korte termijn het dalende ledenaantal roet in het eten kunnen gooien. We zullen moeten leven met steeds minder aantrekkelijke concoursen vanwege een te groot gebied en dus windgevoelig. Wat liefhebbers niet moeten vergeten is de kwaliteit van duiven. Ligging bepaald veel maar goede duiven doen hier zeker een schepje bovenop. Geen kwaliteit, geen succes. Bij ons in de regio vind ik Ter Apel een uitstekend voorbeeld. De successen daar kwam in eerste instantie  door de wel uitstekende ligging. Helemaal in de voorhand aan de meest Oostelijke kant van onze afdeling. ER waren vluchten bij waar de rest van het Noordelijke deel van de afdeling het snot voor de ogen werd gevlogen. Bij een herindeling van de rayons in onze afdeling trachtte men het geweer van schouder te veranderen en lag Ter Apel in 1 keer in de achterhand. Het superieure vlieggedrag zou nu wel over zijn. Hoe anders werd de werkelijkheid. Na verloop van tijd werd ook in de achterhand keihard met duiven gespeeld. Op dit moment durf ik te stellen dat hier misschien wel mee de beste duiven van onze afdeling zitten. Al zullen sommige liefhebbers hier anders over denken. En dat mag gelukkig.

Trainen.

Ik kan terug kijken op een goede kweek. DE jongen staan op het punt gespeend te worden en liggen geweldig mooi in de schalen. Bij de vliegduiven heb ik de duivinnen verwijderd. DE doffers, waar ik niet mee speel, brengen de jongen alleen groot. De duivinnen zijn  u een paar keer buiten geweest en zijn allemaal nog aanwezig. Een wonder als ik zo om mij heen kijk. Maar laat ik zeker niet te vroeg juichen. Er zit nog geen enkele conditie op. Over een week zal dit wel veranderen denk ik. Om de zaak op de rails te krijgen staan ze nu een tijdje op zuivering. Dan kun je meteen zien dat ze hier niet gek op zijn. Dit duurt even maar eind van de week zullen ze dit maar graag eten. S’ morgens de bak van Willem en s’ avonds zoveel dat ze iets laten liggen. Afgelopen weekend alle duivinnen een orale enting tegen paratyfus en een druppel tegen luis en ander ongedierte. De doffers ent ik na het spenen van de jongen. Omdat het kort dag wordt en het seizoen nog lang genoeg gaat duren doe ik, zoals het nu lijkt, de trainingsvluchten niet mee. Forceren is dus niet aan de orde.  Precies over een maand dus de eerste keer de mand in. 

Bladwijzer de permalink.

Reacties zijn gesloten.