Wonderlijk

Ze blijven maar thuis komen. Afgelopen zaterdag 13 duiven mee, 15 terug. S’morgens liep een duif op de ren en s’avonds kwam ook nog een terug van de eerste vlucht. En allemaal duiven die, gezien het verenkleed, een tijd buiten gezeten hebben. Daarnaast zijn het allemaal doffers en daar heb ik nu net genoeg van. Duivinnen heb ik 3, of misschien 4 van over gehouden. Hier is de soep dus dun. Gelukkig had ik 6 jaarling duivinnen die ik al een tijdje speel. Tenminste 4 hiervan. De andere 2 vielen in de rui en lieten de buitenste pennen vallen. Dan is vliegen over maar ze mogen hun kunsten volgend jaar laten zien. De overige 4 zorgden afgelopen zaterdag wat betreft de oude duiven voor een 100 procent score. Vier mee, vier prijs. Wat dat betreft kijk ik de toekomst met vertrouwen tegemoet. Overigens hadden wij afgelopen zaterdag een wind uit Oost, Zuidoost en dan kun je rekenen op een vreemd verloop. Dat kwam dus ook uit. Grote verschillen. Bij ons in de club vloog een duif 6 minuten vooruit tegen een kleine 200 duiven. Dan spreek je bijna niet meer van een mooie, goede vlucht. Als ik bij mij op het hok kijk kon je dat al zien. DE gladde, verduisterde jongen hadden zogenaamd een off-day en schitterden door afwezigheid. Duiven met gaten in de vleugels, kale koppen e.d. arriveerden als eerste. Vreemd!!.

Duifke lacht.

Een leerzaam duivenblad. Kun je veel uit halen. Zaken waar je iets van leren kunt. Tenminste, als je dit wilt. Zo las ik afgelopen week een stuk dat ging over de duivensport, waarschijnlijk in Noord Nederland. Over instappen tijdens de vluchten. In België kan dit iedere week. “In Nederland zijn echter regio’s waar men simpelweg mee moet doen vanwege geen andere mogelijkheden om in te stappen”. Als je ziet dat op de eerste vlucht, de afstand al bijna 180 kilometer is????  Dan kun je in feite al gaan staan te wachten op grote verliezen. En dat blijkt nu ook al enkele jaren. Maar lering hebben we der niet uit getrokken want we gaan gewoon door met wat al jaren een gedrocht blijkt te zijn. Zelfs de grootmeester uit Ermerveen, waar ik onlangs was voor een repo in het Spoor, zei, “jonge duiven spelen in afdeling 10 is als een kleuter, HAVO-examen laten doen”.  Ook opvallend in Duifke lacht was het volgende. “Als de jonge duiven door Jansen vervoerd worden, geef ik ze mee”. “Als Pietersen met de jongen op stap gaat, laat ik ze thuis”. “Bij Jansen verspeel ik ze namelijk niet, bij Pietersen ben ik altijd meer dan de helft kwijt”. “Dat heeft niets met de mannen te maken maar meer met materiaal waarmee ze naar de losplaats gebracht worden”. Woorden van deze strekking las ik en ik kan mij hier helemaal in vinden. Dit is namelijk ook bij ons het geval. Theoretisch gezien het beste materiaal, in de praktijk blijkt het echter zwaar tegen te vallen. Containers doormeten tijdens een mooie winterdag heeft geen zin. Dit moet je doen bij 30 graden en een volle afgeladen container met 31 duiven in de mand!!!!!!. Dan zijn de gegevens representatief. Ten tijde van de dekkleedcontainers, was van verliezen geen sprake. Zelfs met zware ornithose kwamen ze thuis. Nu moet je ze 110% hebben en dan nog ben je vaak de helft kwijt. Voorbeelden ten over hoe het moet, alleen, ja alleen……., het is tegen dovemansoren bestemd. 

Bladwijzer de permalink.

Reacties zijn gesloten.